Schaamrood

Zo, ik heb het gehad. Ik wil naar mijn huis. Vorige maand was ik met mijn gezin op Cuba en werden we aan het handje meegenomen door gidsen en begeleiders. We werden geleid langs prachtige, schoongeveegde plekken en de mooiste gebouwen. Onze kritische vragen werden beleefd afgewimpeld en de loftrompet werd afgestoken over het socialisme in Cuba. Wanneer ik met mijn camera een beetje verder liep om een nieuwsgierige blik achter de prachtig opgepoetste facade te werpen werd ik nerveus teruggeroepen. Desondanks raakte ik verliefd op Cuba.

Cuba raakte zo onder mijn huid dat ik een koffer vol boeken over Cuba verslond, alle documentaires bekeek en Rashida het hoofd dol maakte met mijn wens dat we ons op Cuba zouden vestigen.

De intelligente vrouw die ik heb stelde voor dat ik een weekje alleen op Cuba zou gaan rondhuppelen voordat we ons daar zouden gaan nestelen.

Dat weekje is morgen achter de rug en het was zeer ontnuchterend. Nu geen gids en begeleiders maar op stap met locals ver van de toeristische plekken. Op bezoek bij een dame die in een "winkel" werkte waar ze eieren verkopen. Maximaal 3 eieren per maand per gezin. Zij verkocht soms meer aan gezinnen. Het leverde haar 1 jaar gevangenisstraf op vanwege antisociaal gedrag. Daarnaast raakte ze ook haar huis kwijt.

Mensen mogen niet zonder toestemming naar een andere provincie reizen. Winkels zijn leeg. Prachtige monumentale gebouwen worden volgepropt met mensen en staan op instorten. Iedere dag krijg ik sex aangeboden van kleine meisjes tot volwassen vrouwen.

Gisteravond kreeg ik twee vrienden op bezoek. We dronken wat in de lobby en ik nodigde ze uit voor een etentje boven in het hotel. Bij de lift aangekomen kwam een man aangestormd die in het Spaans tekeer ging tegen mijn gasten. Als Cubanen mochten ze daar niet zijn. Ik gaf aan dat het mijn gasten zijn en ik ze heb uitgenodigd. Verboden. Ik nam ze mee de lift in en we zijn gewoon gezellig gaan eten. Terug beneden kwam er een andere Nazi die wederom in het Spaans tekeer ging. Ik heb mijn vrienden naar een taxi gebracht en ben met stoom uit mijn oren met de twee Nazi's naar hun manager gegaan.

“This is Cuba Sir! It's the law!”

‘I don't give a shit! I am American!”

Een onvoorstelbaar stompzinnige opmerking mijnerzijds. Dat deze woorden ooit nog eens uit mijn mond zouden komen. The horror! Ik schaam me diep. Er werd iets als een excuus gemompeld en ik liep weg waarbij het schaamrood hopelijk werd verborgen door mijn van woede rood aangelopen hoofd. Ik ben absoluut niet geschikt om te leven in een totalitaire staat!

Voor mij als kind van de Koude Oorlog en een geschiedenis aficionado was een bezoek aan Cuba altijd een droom. Als ondernemer kijk ik watertandend rond. Maagdelijk gebied. Behoefte naar van alles. Maar ik zie een failliet land, mensen die echt pinaren, verval, corruptie, onrecht, nepotisme en ondervoeding. Absurd nationalisme en mensenverheerlijking. Mensen zonder hoop, volledig gedesillusioneerd voor wie Suriname een paradijs is. En het is zo zonde, want Cuba is een prachtig land en veel van de mensen oprecht vriendelijk.

Laten we de Cubanen die naar Suriname vluchten van harte welkom heten met een warme brassa.

Vas bien Fidel? I doubt it.

Paseo del Prado

Een van mijn favoriete promenades in Havana. Alles en iedereen komt hier bij elkaar. De welgestelden en de zwervers. Scholieren en kunstenaars. Jong en oud. Locals en toeristen. Het verbindt het centrum van Havana vanaf El Capitolio met de wereldberoemde Malecon. Aan weerzijden bevinden zich oude gebouwen wier hoogtijdagen lang vervlogen zijn. Eens prachtige, trotse paleizen en woningen, nu krakende en deerniswekkende ruines volgepropt met nog beklagenswaardigere bewoners.

Niettemin is de Paseo del Prado een heerlijke plek om uren te zitten en naar mensen te kijken. Gedurende de dag laten kunstenaars hun kunnen zien. Beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s. Voor een ieder wat wils. In de vooravond lopen er families met kinderen en vlijen verliefde koppeltjes zich neer op de marmeren banken om elkaar in de warme gloed van de 300 jaar oude lantarens de liefde te verklaren en te genieten van elkaars liefkozingen. Bruidjes rennen rond voor een fotoshoot en dames en heren flaneren in haute couture. In de late uurtjes komen de nachtvlinders en de dames der horizontale geneugten vanuit het schaduwrijk tevoorschijn. Een dronken Amerikaan vlijt zijn hoofd neer op de welgevormde boezems van een der dames, terwijl een oudere heer op gitaar Guantanamera voor ze speelt. Mooie meisjes nemen een sexy pose aan als ze mijn camera zien en braken een stroom Spaans over me heen. Ik versta alleen papi.

Twee vrouwen die ik eerder op de avond had geschoten roepen me. Ze willen de foto zien. Terwijl ze stralen als ze de foto zien krijg ik een blikje lokaal gebrouwen bier in mijn handen gestopt.

“Where are you from?”

“Suriname.”

“Aaaaaaahhhh, Surinamieeeee!”

Cuba is tot nu toe het enige land waar ik niet hoef uit te leggen waar Suriname ligt. Een van de vrouwen vraagt of ik geen nanny nodig heb in Suriname en of ze met me mee kan wanneer ik terugvlieg. Ik kijk naar de gespannen borsten en strakke heupen van de aspirant nanny en denk aan de reactie van mijn vrouw als ik met de nieuwe nanny voor haar neus sta.

Vriendelijk sla ik het aanbod af en neem nog maar een slokje van mijn bier.

Juf Gladys

“Gefeliciteerd, Haganah is over.”

Die eenvoudige zin deed me tijdens het oudergesprek bijna dansen van vreugde! Niet dat ik twijfel aan de intelligentie van mijn dochter, maar ze was het schooljaar moeizaam begonnen. Ze zat in een fase dat ze haar grenzen wilde verleggen en geen betere prooi dan een nieuwe schooljuffrouw. Het was al de eerste week raak. Ze had ontdekt dat het woord poenie een leuk shockeffect veroorzaakte en slingerde het woordje dan ook regelmatig door de klas. Daarnaast was ze smoorverliefd op een jongen uit de groep en liet ze dit gedurende de les met de subtiliteit van een voortdenderende locomotief blijken. Tot overmaat van ramp had ze ook nog concentratieproblemen.

Ik hield mijn hart vast. Niet in de laatste plaats omdat ik zelf heb ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn wanneer een schooljuffrouw een hekel aan je heeft. In Nederland had ik eens een docente die mijn bloed wel kon drinken. Ik kreeg geen beurt wanneer ik mijn vinger opstak, wanneer iets mij onduidelijk was werden mijn vragen genegeerd en voor redenen die mij tot de dag van vandaag onduidelijk zijn stond ik vaker op de gang dan dat ik in het lokaal zat. Op een dag had een klasgenootje een pen gesmeten naar het hoofd van een ander klasgenootje die een luide kreet slaakte. De docente kwam als een briesende stier op mij afgestormd, greep me beet en smeet me ondanks de protesten van mijn klasgenootjes dat ik onschuldig was de gang op. Dat was voor mij de druppel en ik sloeg volledig op tilt. Met een rode waas voor ogen sloeg ik tegen de ramen van het lokaal en wenste ik haar alle terminale ziektes toe die ik kon bedenken en zwoer ik dat ik op haar graf zou plassen. Mijn uitbarsting leverde me drie weken corvee op. Terwijl ik op een middag de aula van de school stond te vegen kwam de bewuste docente voorbijlopen en beet ze me toe dat dit de enige manier was dat ik ooit een universiteit zou betreden: als schoonmaker. In een flits zag ik een stuk of tien agenten op me springen om de gebroken bezemsteel uit mijn handen te trekken terwijl de docente met een gapende hoofdwond aan mijn voeten lag. Godzijdank wist ik me te beheersen. Dankzij dit afschuwelijk mens is er voor de rest van mijn leven een aan haat grenzende afkeer en wantrouwen in me geplant voor alles wat naar autoriteit of gezag riekt. Dat het ook anders kan heeft juf Gladys bewezen. Met een engelengeduld heeft ze zich over mijn dochter ontfermd. Ze bedacht verschillende manieren om mijn dochter te bereiken. Offerde haar vrije tijd op door haar na schooltijd te begeleiden en gaf oefeningen mee naar huis. Toen tijdens een verhuizing een pop van mijn dochter was zoekgeraakt, heeft juf Gladys van haar eigen geld een nieuwe pop voor haar gekocht. Een wonder geschiedde. De resultaten schoten omhoog en mijn dochter ging met een bijna onwezenlijk plezier naar school.

Terwijl verschillende klasgenootjes op de laatste schooldag met tranen in hun ogen in de rij stonden om afscheid te nemen van juf Gladys, stond zij met mijn dochter in haar armen die zo enorm huilde dat mijn ogen vochtig werden. Als je dat als lerares voor elkaar krijgt dan heb je mijn respect verdiend en ben je in mijn ogen kostbaarder dan al het goud of olie in onze bodem. Juf Gladys van De Cederboom: mijn eeuwige dank!

Ik heb begrepen dat de docente die mijn leven vergalde al een tijdje onder de grond ligt. Volgende week wanneer in naar Nederland vertrek, overweeg ik haar graf te bezoeken om een kopietje van mijn curriculum vitae en een bankafschrift op haar grafzerk te plakken. Plassen zal ik denk ik niet doen want in tegenstelling tot haar verwachting mag ik mezelf inmiddels een heer van stand noemen, maar ik verheug me al op de geluiden van gedraai en geknarsetand onder mijn voeten. Plots dwalen mijn gedachten af als ik bedenk wat ik niet allemaal had kunnen bereiken wanneer ik een juf als juf Gladys zou hebben gehad.

Bangalientjes

“Kijk pappa, een bangalientje!”

Het was weer één van die pijnlijke situaties waarbij mijn dochter datgene wat in haar hoofd opkwam zonder te filteren of na te denken over de eventuele gevolgen daarvan direct van haar hersenen uit haar mond liet rollen. Om de situatie helemaal compleet te maken priemde ze haar vinger naar de jonge dame in kwestie. Terwijl ik mijn dochter snel meetrok keek ik naar de in een niemendalletje gestoken deerne die ik niet ouder schatte dan een jaar of zestien. Een knap gezichtje, maar in haar lichaam zat meer inkt getatoeëerd dan in de lichamen van alle Surinaamse havenarbeiders bij elkaar.

In mijn optiek ben je niet goed in je hoofd als je één of andere vreemde vent in een duister hol met een naald inkt in je huid laat krassen. Echter als gevolg van menig drinkgelag heb ik in mijn jonge jaren ook de nodige domme dingen gedaan waaraan ik liever niet word herinnerd en gun ik een ieder zijn portie stommiteiten en onverstandige keuzes.

Als opvoeder kan ik me dergelijke liberale gedachten niet permitteren. Zeker niet met mijn dochter die een genetisch overgedragen belangstelling en een neus heeft voor alles wat obscuur is. Jonge meisjes die roken, vol piercings en tatoeages zitten en erbij lopen alsof hun lichaam een allergie heeft tegen kleding heb ik om het voor mijn dochter begrijpelijk te maken gemakshalve maar gekwalificeerd als bangalientjes. Bijna dagelijks als we door de stad rijden hoor ik vanaf de achterbank “bangalientje!” of word ik geconfronteerd met situaties als eerder genoemd. Klaarblijkelijk is Paramaribo een stad vol bangalientjes.

Bangalientjes worden niet geboren, maar ze worden gemaakt. Dat besef drong gisteren weer eens tot mij door bij het lezen van de krant over een groep uit een internaat weggelopen meisjes die werden “opgevangen” door een paar mannen. De meisjes werden door de heren ondergebracht in een appartement alwaar ze hun perverse en seksuele frustraties op de meisjes botvierden. Twee van de betrokken meisjes zijn respectievelijk 13 en 14 jaar oud.

Laat het even tot u doordringen.

In godsnaam wat bezielt dit soort figuren? Om het verhaal nog hartverscheurender te maken hebben beide meisjes al een verleden van seksueel misbruik achter de rug. Eentje was het slachtoffer van een groepsverkrachting en de ander was al op nog jongere leeftijd door een oom verkracht. Dagelijks worden we in de media overspoeld met tientallen berichten van mannen die zich vergrijpen aan jonge kinderen en meisjes. Als vader van een jonge dochter én als één van de kennelijk 5.000 uitverkoren houders van een vergunning voor een vuistvuurwapen is dat ook voor mij een zenuwslopend en bijzonder explosief gegeven.

Maar ik betrap mezelf ook op een gevoel van schaamte omdat ik met een afkeurende blik naar deze meisjes kijk. Tenslotte kan je niet van een vrouw verwachten dat ze fris en vrolijk door het leven huppelt als ze door dit soort walgelijke wezens dusdanig is beschadigd dat ze haar gevoel van eigenwaarde en respect volledig is kwijtgeraakt.

Als bezorgde burger en vader begin ik bij deze dan een handtekeningenactie voor een nieuwe wet. Iedere man die door de rechter schuldig is bevonden aan misbruik of verkrachting zal publiekelijk op het Onafhankelijkheidsplein door zijn slachtoffer, zonder verdoving worden gecastreerd. Mijn naam en handtekening staan boven aan het lijstje. Wie volgt?

Sazuur

Een kennis van me die eigenaar is van een horecagelegenheid heeft een bezoekje gekregen van vertegenwoordigers van het beruchte clubje Sasur. Hem werd het verzoek gedaan of hij zo vriendelijk zou willen zijn om een bedrag van rond de SRD 600,00 per uur aan Sasur af te dragen op de avonden dat er muziek wordt gedraaid. Geheel in maffiastijl werd hem duidelijk gemaakt dat bij weigering hij op een avond een bezoekje zou kunnen verwachten van een deurwaarder vergezeld van de politie en dat zijn zaak op slot zou gaan totdat hij een regeling met Sasur zou hebben getroffen.

Minister Belfort van Justitie en Politie heeft onlangs te kennen gegeven dat hij wel belangrijkere zaken aan zijn hoofd heeft dan het gezeur over muziek- en auteursrechten en uitgaande van de verharding van de criminaliteit en het kamikaze gedrag van veel verkeersdeelnemers, zou men geneigd zijn hem gelijk te geven. Toch moet de overheid voorzieningen treffen om creatieve geesten in de gelegenheid te stellen zich te kunnen uiten en om een boterhammetje te kunnen verdienen met hun werk. Jaren geleden werd ik benaderd met het verzoek om de officiële Suriname Tourist Guide te schrijven. Toen er werd onderhandeld over mijn gage werden er pijnlijke gezichten getrokken. Geld voor het schrijven was er niet, maar er waren wel genoeg fondsen om de leden van de organisatie de hele wereld te laten afvliegen en zichzelf goed te laten fêteren. Als schrijver ging het mij om de uitdaging en schreef ik de gids voor een bedrag waar ik niet eens mijn favoriete fles whisky voor kan kopen. Jarenlang heb ik mijn teksten op overheidssites en andere publicaties mogen lezen zonder dat er sprake was van een vergoeding of zelfs maar bronvermelding. Maar, ik ben een schrijver. Alles voor de kunst!

De handelingen van Sasur kunnen echter ernstige maatschappelijke gevolgen hebben. Radio- en televisiestations zijn afhankelijk van adverteerders. Wanneer zij worden geconfronteerd met absurd hoge aanslagen van Sasur, dan worden deze doorberekend naar de adverteerders. Adverteerders op hun beurt hebben de keuze te stoppen met adverteren, wat kan leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen en zelfs sluiting van mediahuizen, of ze kunnen doorgaan met adverteren en de hoge kosten doorberekenen. Aan wie? Juist ja, u en mij. Hetzelfde zal plaatsvinden in de horeca. Of zaken gaan over de kop, of een avondje Touché is voortaan alleen maar weggelegd voor de welgestelden onder ons die er geen moeite mee hebben het gemiddelde dagloon van een onderwijzer of een verpleegster voor een toegangskaartje of een glaasje Borgoe-Cola neer te moeten tellen.

Jarenlang hebben platenmaatschappijen kapitalen verdiend dankzij clubjes als Sasur. Met mooie verhalen wordt er verteld dat het geld ten goede komt van de artiesten en muzikanten. Niets is minder waar. In Nederland rolt de zusterorganisatie van Sasur, de BUMA/STEMRA ook van het ene schandaal naar het andere. Bestuurders die zichzelf verrijken en zichzelf enorme bonussen toekennen en enorme bedragen die aan de strijkstok blijven hangen. Sasur is een dubieus clubje dat niet transparant opereert en poogt met achterhaalde Westerse methoden zichzelf te verrijken over de rug van het Surinaamse volk. Suriname is een land in ontwikkeling en het is niet realistisch te verwachten dat men diep in de buidel moet tasten omdat een plaatje wordt gedraaid uit het repertoire van één of andere Westerse artiest die niet eens weet waar Suriname ligt.

De overheid heeft als taak over het welzijn te waken van al haar onderdanen, inclusief dat van de voorzitter van Sasur. Iedereen die ook maar een beetje bekend is met showorganisatoren, weet dat er daar een paar figuren rondlopen die je niet boos wil maken. De voorzitter van Sasur is bezig tegen de schenen te trappen van gevaarlijke mensen en als hij niet door de overheid tegen zichzelf in bescherming wordt genomen is het niet uitgesloten dat hij op een dag met zijn repertoire en al drijvend in de Surinamerivier wordt aangetroffen. In troebel water is het goed vissen, moet hij hebben gedacht bij de oprichting van zijn stichting. Ik denk alleen niet dat hij het troebel water van de Surinamerivier daarbij in gedachte had.

Hand van God

Soms komt een column letterlijk uit de hemel vallen. Vorige week is in Amerika Mark Wolford overleden aan de gevolgen van een slangenbeet. Wolford was een zelfbenoemd pastoor van het type waar we er in Suriname ook enkele van hebben rondlopen. Een gladde tong, luidruchtig, heel selectief met het citeren van Bijbelteksten en niet te beroerd om zijn zakken te laten vullen door zijn schaapachtige volgelingen. Om zijn preken kracht bij te zetten, greep hij tussen de nodige Halleluja’s en prijs-de-heertjes door een slang uit een kooi die hij voor de ogen van zijn hysterische volgelingen zwaaide om zijn vast vertrouwen en band met God te bewijzen. Dat ging vorige week dus even mis. Althans, dat ligt er maar aan door welke bril je dit voorval bekijkt. Nu zou dit gegeven al voldoende zijn om mijn geloof in God een enorme boost te geven, ware het niet dat er nog een dimensie zit aan dit verhaal. Zoals het in de kringen van dit soort zelfbenoemde kerkleiders gebruikelijk is, had Wolford van zijn vader niet alleen de leiding van de kerk geërfd maar ook zijn manier van het verwisselen van het tijdelijke met het eeuwige. De vader van Wolford is namelijk ook voor de ogen van zijn volgelingen door de beet van een slang overleden. Wolford kan tevreden zijn. Zelfs de meest verstokte atheïst zou hier niet alleen de hand van God in zien, maar ook overtuigd zijn van het feit dat God over een goed gevoel voor humor beschikt.

Onderwijs en educatie zijn de beste remedie tegen het verstikkende bijgeloof die onze voorouders uit Afrika en India hebben meegenomen en tegen de theologische onzin waarmee witte overheersers ons eeuwenlang aan banden hebben proberen te leggen. Dat de schellen van de ogen van veel Surinamers beginnen te vallen is ook tot onze Surinaamse handjeklap voorgangers doorgedrongen. In het verleden kon je in grote advertenties lezen dat je op één of andere genezingsdienst van kanker, aids en andere ernstige ziekten kon worden genezen. Zowel theologisch als wetenschappelijk natuurlijk flauwekul, maar er zijn altijd wel goedgelovige mensen die hier intrappen en die bereid zijn de toch al overvloedige kas van hun voorganger te vullen met hun zuur verdiende geld. Het recept is bekend. Mensen met een aantoonbare ziekte worden uiteraard niet genezen, waarna ze de mededeling krijgen dat dit te maken heeft met hun gebrek aan geloof of dat ze er waarschijnlijk stiekem een zondig leven op na houden. Nu valt hier verder wel mee te leven als het een ingegroeide teennagel betreft, maar wanneer mensen die terminaal ziek zijn hun laatste restje hoop op deze theologische charlatans hebben gevestigd is het misdadig. Gelukkig wordt de doorsnee Surinamer dankzij de globalisatie en het toegankelijker worden van educatie en onderwijs een stuk slimmer. Vorige week stond er weer een joekel van een advertentie in de krant voor een genezingsdienst, echter de betreffende voorganger heeft wijselijk de namen van verschillende ziekten weggelaten en het maar slechts gehouden op ziekten in zijn algemeniteit.

Wolford wordt er door enkele van zijn collega’s van beschuldigd dat zijn geloof niet sterk genoeg was of dat hij door God voor het één of ander werd gestraft. Uitgaande van de stelligheid waarmee onze handjeklap voorgangers hun rotsvast geloof en band met God propageren daag ik ze uit dit te bewijzen door net als Wolford een slang bij hun diensten te gebruiken. Zo uit het blote hoofd stel ik een makkaslang voor. Mocht de makkaslang het script niet goed begrijpen en vol enthousiasme toehappen, dan zal de voorganger middels een cito genezingsdienst alsnog kunnen bewijzen een ware man van God te zijn. Ik heb een onwankelbaar vertrouwen in de hand van God. Hoe staat het met u, heren voorgangers?

Managers coup

Op het sollicitatieformulier van mijn bedrijf staat een vraag waar de meeste sollicitanten de grootste moeite mee hebben: hoeveel wenst u te verdienen? De doorsnee sollicitant heeft geen flauw idee wat hij waard is en de meeste vullen een bedrag in waar ze zelfs in Equatoriaal-Guinea niet eens voor uit hun bed zouden komen. Sommigen vullen een marktconform bedrag in en een enkeling vult een bedrag in dat daar ver bovenuit steekt. Als directeur wekt dat mijn belangstelling. Ik wil kwaliteit binnen mijn bedrijf en ben bereid daarvoor te betalen. Wanneer een sollicitant zonder met de ogen te knipperen een dergelijk bedrag invult kan dat betekenen dat hij of alle realiteitszin kwijt is, of dat hij weet wat zijn kwaliteiten zijn en wat hij waard is. De laatste categorie zijn over het algemeen de mensen die je wilt hebben.

Klaarblijkelijk zijn grote delen van het land het hier niet mee eens. Ruim een jaar geleden werd Gillmore Hoefdraad bijna in pek en veren door de straten gesleept toen bekend werd wat zijn prijskaartje was om de functie van Governor van de Centrale Bank van Suriname op zich te nemen. Inmiddels zijn vriend en vijand het erover eens dat hij zijn salaris dubbel en dwars waard is. Nu is een soortgelijke discussie losgebarsten omtrent het salaris van Antoine Brahim, de nieuwe directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP). Volgens de geruchtenmachine zal Brahim een salaris opstrijken van rond de SRD 63.000,00, terwijl zijn voorganger Eddy Joemmankhan genoegen nam met een schamele SRD 15.000,00 per maand. Voor de goede orde, ik heb veel bewondering voor de heer Joemmankhan. Hij heeft de afgelopen 10 jaren zijn ziel en zaligheid gegeven aan het AZP. Maar een eder die recent nog een beroep heeft moeten doen op de diensten van het AZP kan beamen dat er veel te wensen valt omtrent de kwaliteit van de service, de dienstverlening en de staat van het ziekenhuis. Patiënten die dagenlang met bed en al bij de EHBO op een gang liggen geparkeerd. Een zware onderbezetting van verplegend personeel en het ontbreken van moderne medische apparatuur. Het ziekenhuis moet grondig worden aangepakt en daar is een ander type directeur voor nodig. Een moderne manager die zijn sporen heeft verdiend en die in staat is en het lef heeft om zaken op een grondige wijze aan te pakken. En daar hangt zoals eerder gezegd een prijskaartje aan. Voor de mensen die liever kiezen voor een zeven-even-baantje bij de overheid of die liever werknemer dan werkgever zijn is het even slikken. Maar het genoemde bedrag is vrij standaard voor de meeste managers van succesvol geleide ondernemingen. Wellicht dat dit nu een aanleiding is voor veel jongeren om het zelfstandig ondernemerschap eindelijk eens serieus te overwegen.

Het argument dat een ambtenaar voor een derde van dat bedrag dezelfde job zou klaren is amusant. Het zijn juist veel van deze ambtenaren die door onkunde, nepotisme en in veel gevallen corruptie het overheidsapparaat en het land frustreren en diverse parastatale bedrijven naar de afgrond hebben gevoerd en die miljoenen en zelfs miljarden in rook hebben doen opgaan.

In de grotemensenwereld werkt men met een optieregeling of bonussen. Bij het behalen van vastgestelde targets ontvangt men de afgesproken bonussen of kan men de opties te gelde maken. Een dergelijke constructie voor toekomstige managers die door de overheid worden aangetrokken zou wellicht wat makkelijker verteerbaar zijn voor de modale Surinaamse werknemer.

Hoe het ook zij, het is een interessante ontwikkeling. Managers en ondernemers die tegen marktconforme salariëring door de staat worden aangetrokken om puin te ruimen. De stille coup der managers. Dat nog veel van mijn collega’s mogen volgen!