Meester ‘t Hart gaf Duits op de middelbare school in Nederland waar ik als kind op zat. Ik was enerzijds gefascineerd door meester ‘t Hart, en anderzijds bang voor hem. Meester ‘t Hart had zich tijdens de Tweede Wereldoorlog als jongeman aangesloten bij de Waffen-SS om aan het Oostfront te vechten tegen het Communisme. Zijn motieven waren drang naar avontuur en een gezonde dosis haat tegen het Communisme. Voor de wat jongere lezers, de Waffen-SS waren elite soldaten van Hitler Duitsland en de Nazi’s. Politiek geschoold, overtuigd van hun Übermensch zijn en enorm fanatiek. Overal aan het front waar meester ‘t Hart vocht nam hij foto’s of liet hij zich fotograferen. Met geweer in de aanslag. In uniform. In dekking*
Ruim 30 jaar later bezocht meester ‘t Hart dezelfde plekken en nam hij weer foto’s. Het geweer inmiddels vervangen door een paraplu en het uniform vervangen door een regenjas. De foto’s had hij pontificaal opgehangen bij de ingang van zijn klaslokaal. Net als nu werden de jongeren in mijn tijd niet gehinderd door enig historisch besef en keurden de meesten de foto’s geen blik waardig. Zoals ik echter in een eerdere blog al had aangegeven, ben ik gefascineerd door Hitler Duitsland dus de foto’s hadden mijn volledige aandacht. Wanneer ik langs het lokaal van meester ‘t Hart liep of wanneer hij in gesprek was met andere leerlingen en geen oog voor mij had, stond ik bijna met mijn neus gedrukt tegen de foto’s.
Ik heb nooit een goed gesprek met meester ‘t Hart gehad over de foto’s en zijn oorlogsverleden. Ik had een andere docent Duits en ik hechte, nu tot mijn spijt, geloof aan de absurde verhalen die over meester ‘t Hart de ronde deden. Hij was nog steeds een Nazi, extreem-rechts en een racist. Destijds niet echt uitnodigende kwalificaties voor mij. Ik zat op een particuliere school op de grens van Wassenaar. Overwegend roomblanke kinderen met als gevolg dat ik me regelmatig voelde als een dropje in een zak pepermunt. Een gesprekje aangaan met een Nazi leraar Duits (uiteraard Duits, hoe kon het ook anders) zat er dus niet in. Helaas. Want de keren dat hij naar mij keek terwijl ik de foto’s bestudeerde, fonkelden zijn ogen en lachte hij op een manier zoals alleen docenten kunnen lachen. Een lach vol genoegen om een leerling die oprecht nieuwsgierig is te kunnen helpen en om kennis te kunnen overdragen.
Terugkijkend denk ik dat meester ‘t Hart een aardige en joviale man was. Dat blijkt volgens mij alleen al uit zijn hobby. Hij maakte foto’s van interessante en grappige graffiti. Mind you, dit was nog in de analoge tijd waarbij je fotorolletjes moest afdrukken. Een dure hobby dus. Meester ‘t Hart reisde van Europa tot naar de VS, waar hij wc’s indook om te kijken of iemand die zich had ontlast daardoor geïnspireerd werd om iets gevats op de muur te schrijven of tekenen. Metro’s, pleinen, achterbuurten, alles struinde hij af om te zien of hij zijn verzameling kon aanvullen. De meeste mensen vonden het een idiote hobby en bezagen meester ‘t Hart als een excentriekeling. Een Nazi excentriekeling.
Ik snap zijn hobby. Overal waar ik kom heb ik oog voor wat er op de muren is gekrabbeld. Van Italië tot Curacao, van de VS tot aan Suriname. Als ik iets interessants zie, stop ik en neem ik een foto. Straatpoëzie.
Ik heb altijd het beeld in mijn hoofd gehad van meester ‘t Hart, alleen in zijn woning met zijn albums op zijn schoot. Glimlachend met fonkelende pretoogjes. Onbegrepen. Eenzaam, vol onovergedragen verhalen en avonturen. Naar verluid had hij vele albums vol met foto’s van graffiti van over de hele wereld.
Ik heb vernomen dat meester ‘t Hart al jaren geleden overleden is. Ik vraag me af of hij kinderen had of andere familie. Wie heeft zijn huis opgeruimd en wat is er met die albums gebeurd? In dozen gestopt en samen met zijn foto’s uit de oorlog op straat gedumpt voor de vuilnisman? Die gekke Nazi met zijn vreemde hobby. Ik denk zo nu en dan met weemoed terug aan meester ‘t Hart. Was ik maar wat moediger geweest. Ik had graag samen met hem gezeten om zijn verhalen aan te horen en te genieten van zijn albums. Maar helaas. Jetzt bleibt uns nichts von Dir als die Erinnerung an.
De post heeft op de site van oud-studenten van Het Nederlands Lyceum heel wat losgemaakt. Oud-studenten die warme herinneringen aan ‘t Hart hebben en weer anderen die minder goede, tot bijna traumatische herinneringen aan hem te danken hebben. Daarnaast was er een discussie of hij had gevochten voor de Duisters of dat hij als KNIL-soldaat had meegedaan aan de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië. Als 16-jarige student heeft mij verteld dat de foto’s waren genomen aan het Oostfront. Door mijn fascinatie voor Hitler Duitsland wist ik wat dat betekende. Probeerde hij mij te provoceren? Van slag te brengen? Geen idee. Het heeft op mij wel een dusdanig indruk gemaakt dat ik er tot op de dag van vandaag nog aan terugdenk. Van ‘t Hart zou waarschijnlijk hebben genoten van het feit dat er vele jaren later nog over hem wordt gesproken en gediscussieerd. Wanneer ik een leuke tekst op een muur tegenkom en fotografeer denk ik soms aan hem terug. Niet over welk uniform hij heeft gedragen, maar aan het feit dat hij een markant mens was.