Ik voel een enorme ambivalentie richting het s’ Lands Hospitaal in Suriname. Enerzijds is het vanuit historisch standpunt bekeken een bijzonder ziekenhuis met een rijke geschiedenis. In de 17e eeuw begonnen als een militair hospitaal, waar Hollandse soldaten werden verpleegd die kennis hadden gemaakt met de haat en wraak van de Marrons, of die waren geveld door een of andere tropische ziekte. Eind 17e eeuw, nadat er flink wat Hollandse schepen Suriname hadden bezocht en hun ballaststenen hadden achtergelaten voor een nieuw fundament, werd er op dezelfde plek een nieuw hospitaal gebouwd. Saillant detail: de Joodse gemeenschap was medefinancier van de bouw en leverde daarvoor 25.000 pond suiker welke werd aangekocht en verscheept naar Holland. Toch wel grappig te weten wanneer je als diabeet in het ‘s Lands aan het infuus ligt dat het ziekenhuis mede dankzij een enorme berg suiker is gebouwd. Maar dat terzijde.
Anderzijds zou ik niet dood gevonden willen worden in het s ’Lands. De kans dat je daar letterlijk dood gevonden wordt is zeer groot. Het ziekenhuis in compleet vervallen en wordt met ducktape en touwtjes bij elkaar gehouden. Het likje verf dat pas geleden is gegeven kan de desolate staat niet verhullen. Mede als gevolg van de economische situatie trekt het verplegend personeel weg en zoekt het zijn heil ergens in het Caribisch gebied of in Nederland. De rest van het personeel dat achterblijft is wellicht wel kundig, maar totaal niet gemotiveerd. En het gebrek aan financiële middelen, met als gevolg een tekort aan medische verbruiksartikelen, attributen en medicamenten draagt ook niet bepaald bij aan een prettige sfeer voor zowel het personeel als voor de patiënten.
Drie weken geleden mocht ik de deplorabele staat van zowel het gebouw als het personeel met eigen ogen aanschouwen toen ik een zieke medewerkster bezocht. Aan een muur hing een papiertje geplakt met de tekst: verboden de duiven te voeren. Ik dacht dat dit bestemd was voor patiënten die wellicht vanaf het balkon hun beroerde ziekenhuismaaltijd met de duiven deelden. Gedeelde smart is tenslotte halve smart. Echter tot mijn grote ontsteltenis liepen er parmantig twee van die gevleugelde ratten ongestoord de ziekenzaal op, gewoon vrolijk langs een flirtende zaalarts en een zuster, richting het bed van mijn medewerkster! Mijn geshoo, gesis en schoppen in een poging dit ongedierte naar buiten te jagen maakte totaal geen indruk op ze. Ongestoord liepen ze onder het bed van mijn medewerkster door naar een ander bed waar een van de pijn kermende dame, met bebloed verband om haar middel aan een infuus lag. Geen wonder dat patiënten op onverklaarbare wijze komen te overlijden in Surinaamse ziekenhuizen! Je gaat om een ingegroeide teennagel te laten behandelen en je loopt ebola op dankzij een koerende duif op je bed. Niemand van het personeel steekt klaarblijkelijk ook maar een vinger uit om deze gevederde pesthaarden te verjagen. Duw voor mij part het zoontje van de schoonmaakster een buks in handen en beloof hem SRD 50 voor iedere vliegende rat die hij op het terrein uit de lucht knalt.
Het is kenmerkend voor de gelaten houding van veel Surinamers. Door de tsunami van problemen, de alsmaar stijgende kosten van levensonderhoud en allerlei andere stress en ellende die dagelijks over ons wordt uitgestort zijn de meeste mensen volkomen murw geslagen. Futloos, geen energie en ze geloven het verder wel.
Beneden op het terrein keek ik naar de contouren van wat ooit een prachtig gebouw is geweest. Een duif vloog over mijn hoofd naar een belendend gebouw en voegde zich daar bij een zwerm van zijn soortgenoten. Naar het tortelen te oordelen voelden ze zich daar prima thuis. Ik voelde me somber en bitter. Een bitterheid die met geen 25.000 pond suiker kan worden weggenomen.