5 vrouwen

We staan met ongeveer 30 man dicht op elkaar. Niemand zegt een woord en iedereen lijkt zijn adem in te houden. De gids heeft een kleine, draagbare projector bij zich en projecteert een foto op een muur. We zien een foto van een vrouw op een bed. Althans, datgene wat ooit eens als vrouw door het leven ging. De gids vertelt alle gruwelijke details over de staat waarin het stoffelijk overschot werd gevonden. Alle organen en ingewanden waren uit het lichaam gesneden en als confetti en slingers door de kamer gesmeten.

Haganah en ik zijn op een Jack the Ripper-tour in Londen. Ik heb Londen al vaak bezocht, maar ik kon mezelf er nooit toe brengen deze tour te volgen. Het gaf me altijd een zeer ambivalent gevoel. Enerzijds is het zeer macaber en voelt het respectloos aan. Bijna pornografisch. Een tour langs de plekken waar Jack the Ripper ruim 160 jaar geleden vijf vrouwen op een gruwelijke wijze afslachtte. Anderzijds is het zeer fascinerend. Een tour door onder andere historisch Whitechapel in Londen, langs pubs, steegjes en plekken waar het lijkt of de tijd heeft stilgestaan.

Er zijn honderden boeken geschreven over Jack the Ripper, talloze films over hem gemaakt en deze wereldwijd bekende onbekende seriemoordenaar heeft een grote schare enthousiaste Ripperologen die zijn “naam” en reputatie levend houden. Haganah en ik schuifelen nu dus mee in een van de vele Ripper-tours, en ik moet zeggen, kudos voor de gids. De wijze waarop hij zijn verhaal doet, vergezeld met de foto’s die hij projecteert op oude, grauwe gebouwen en muren waar de vrouwen werden gevonden, doet regelmatig een koude rilling door ons lichaam schieten. Alsof de geest van Jack the Ripper ons vanachter de smoezelige gordijnen, in de schemering diabolisch grijnzend gadeslaat. Wat opvalt is dat in een stad waar ieder persoon die iets opmerkelijks heeft gedaan, hoe onbeduidend maar ook, met een bordje aan de muur wordt geëerd er van de vijf vrouwen die door Jack the Ripper zijn vermoord welgeteld maar één bordje is te vinden op een donker, achteraf pleintje met slechts de naam van maar één van de vrouwen.

Catherine Eddowes.

Het is tekenend. In de Ripper-verhalen vervullen de vrouwen haast een minuscule bijrol. De meeste mensen kennen hun namen niet eens. In de verhalen worden ze weggezet als gevallen vrouwen, dronkaards en hoeren. Nu wil het feit dat als je al de pech had als vrouw te worden geboren in Victoriaans Engeland en je ook nog eens onderaan de maatschappelijke ladder bungelde, de kans vrij groot was dat er niets anders overbleef dan het enige asset dat je nog bezat, je lichaam, te verkopen om te overleven. Maatschappelijk beschouwd zeer verwerpelijk. Het moet mij echter van het hart dat ik meer begrip, zo je wilt meer respect, kan opbrengen voor een vrouw die uit noodzaak haar lichaam verkoopt om te overleven dan voor een vrouw die haar lichaam geeft in ruil voor een Gucci-tas of de nieuwste iPhone, maar dat is stof voor een andere blog.

De Brits-Amerikaanse schrijfster en historicus Hallie Rubenhold heeft een prachtig boek geschreven, The Five (hoe verrassend, De vijf in de Nederlandse vertaling) over de vijf vermoordde vrouwen. In haar boek heeft ze voor de verandering Jack the Ripper naar de achtergrond geschoven en heeft ze het leven belicht van de vrouwen. In plaats van het eendimensionale beeld dat we van ze kennen, komen ze in het boek tot leven. Eén schreef gedichten, een ander was onderneemster. Weer een ander was kindermeisje bij een welgestelde familie. Ik ben momenteel het boek aan het lezen en ik vind het een fascinerend boek dat ik een ieder kan aanraden.

Er verschijnen populaire films en series over bekende massa- en seriemoordenaars, echter wie Jack the Ripper was, weet men tot op de dag van vandaag niet. En dat is wellicht maar goed ook. Ik doe hierbij ook mijn duit in het zakje om de vrouwen te gedenken. Hun namen waren: Mary Ann Nichols, Annie Chapman, Elizabeth Stride, Catherine Eddowes en Mary Jane Kelly.

www.hallierubenhold.com/books/the-five/

Juf Gladys

“Gefeliciteerd, Haganah is over.”

Die eenvoudige zin deed me tijdens het oudergesprek bijna dansen van vreugde! Niet dat ik twijfel aan de intelligentie van mijn dochter, maar ze was het schooljaar moeizaam begonnen. Ze zat in een fase dat ze haar grenzen wilde verleggen en geen betere prooi dan een nieuwe schooljuffrouw. Het was al de eerste week raak. Ze had ontdekt dat het woord poenie een leuk shockeffect veroorzaakte en slingerde het woordje dan ook regelmatig door de klas. Daarnaast was ze smoorverliefd op een jongen uit de groep en liet ze dit gedurende de les met de subtiliteit van een voortdenderende locomotief blijken. Tot overmaat van ramp had ze ook nog concentratieproblemen.

Ik hield mijn hart vast. Niet in de laatste plaats omdat ik zelf heb ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn wanneer een schooljuffrouw een hekel aan je heeft. In Nederland had ik eens een docente die mijn bloed wel kon drinken. Ik kreeg geen beurt wanneer ik mijn vinger opstak, wanneer iets mij onduidelijk was werden mijn vragen genegeerd en voor redenen die mij tot de dag van vandaag onduidelijk zijn stond ik vaker op de gang dan dat ik in het lokaal zat. Op een dag had een klasgenootje een pen gesmeten naar het hoofd van een ander klasgenootje die een luide kreet slaakte. De docente kwam als een briesende stier op mij afgestormd, greep me beet en smeet me ondanks de protesten van mijn klasgenootjes dat ik onschuldig was de gang op. Dat was voor mij de druppel en ik sloeg volledig op tilt. Met een rode waas voor ogen sloeg ik tegen de ramen van het lokaal en wenste ik haar alle terminale ziektes toe die ik kon bedenken en zwoer ik dat ik op haar graf zou plassen. Mijn uitbarsting leverde me drie weken corvee op. Terwijl ik op een middag de aula van de school stond te vegen kwam de bewuste docente voorbijlopen en beet ze me toe dat dit de enige manier was dat ik ooit een universiteit zou betreden: als schoonmaker. In een flits zag ik een stuk of tien agenten op me springen om de gebroken bezemsteel uit mijn handen te trekken terwijl de docente met een gapende hoofdwond aan mijn voeten lag. Godzijdank wist ik me te beheersen. Dankzij dit afschuwelijk mens is er voor de rest van mijn leven een aan haat grenzende afkeer en wantrouwen in me geplant voor alles wat naar autoriteit of gezag riekt. Dat het ook anders kan heeft juf Gladys bewezen. Met een engelengeduld heeft ze zich over mijn dochter ontfermd. Ze bedacht verschillende manieren om mijn dochter te bereiken. Offerde haar vrije tijd op door haar na schooltijd te begeleiden en gaf oefeningen mee naar huis. Toen tijdens een verhuizing een pop van mijn dochter was zoekgeraakt, heeft juf Gladys van haar eigen geld een nieuwe pop voor haar gekocht. Een wonder geschiedde. De resultaten schoten omhoog en mijn dochter ging met een bijna onwezenlijk plezier naar school.

Terwijl verschillende klasgenootjes op de laatste schooldag met tranen in hun ogen in de rij stonden om afscheid te nemen van juf Gladys, stond zij met mijn dochter in haar armen die zo enorm huilde dat mijn ogen vochtig werden. Als je dat als lerares voor elkaar krijgt dan heb je mijn respect verdiend en ben je in mijn ogen kostbaarder dan al het goud of olie in onze bodem. Juf Gladys van De Cederboom: mijn eeuwige dank!

Ik heb begrepen dat de docente die mijn leven vergalde al een tijdje onder de grond ligt. Volgende week wanneer in naar Nederland vertrek, overweeg ik haar graf te bezoeken om een kopietje van mijn curriculum vitae en een bankafschrift op haar grafzerk te plakken. Plassen zal ik denk ik niet doen want in tegenstelling tot haar verwachting mag ik mezelf inmiddels een heer van stand noemen, maar ik verheug me al op de geluiden van gedraai en geknarsetand onder mijn voeten. Plots dwalen mijn gedachten af als ik bedenk wat ik niet allemaal had kunnen bereiken wanneer ik een juf als juf Gladys zou hebben gehad.

Dierenvriend

Ik ben een dierenvriend. Ik kan met piepende banden remmen wanneer een kat of een hond de weg oversteekt en ik heb meer dan eens een slang gered uit de handen van een met houwers en stokken zwaaiende menigte. De liefde voor dieren heeft mijn dochter gelukkig geërfd. Regelmatig gaan we met een grote zak snacks naar het asiel, waar we de honden en katten voeren en dan is het voor zowel de dieren als mijn dochter feest. Ook in de Paramaribo Zoo zijn we vaste bezoekers. Als de ezels mijn dochter in de verte zien lopen, beginnen ze al te balken van vreugde bij de gedachte aan de verse appeltjes of sla die ze uit haar handen zullen verorberen.

Voor mij is het als vanzelfsprekend dat mensen goed voor dieren moeten zorgen. Je kan de ontwikkeling en beschaving van een maatschappij aflezen aan de manier hoe er met dieren wordt omgegaan en aan de wetten die de rechten en goede zorg van dieren waarborgen. Zonder Suriname gelijk aan het hout te nagelen, wil ik een voorval vermelden. Een tijdje geleden toen ik mijn dochter ophaalde van de opvang, werd ik geconfronteerd met lange gezichten. Terwijl mijn dochter met een verontwaardigde blik voor me stond, vertelde de juf wat er was gebeurd. Een meisje was bezig kleine insecten en mieren dood te maken en mijn dochter had haar gezegd dat ze moest stoppen omdat je geen dieren dood mag maken. Het meisje, een paar koppen groter dan mijn dochter, had haar uitgelachen en was vrolijk doorgegaan. Mijn dochter pakte vervolgens een plastic schop en gaf haar een dusdanig harde mep op het hoofd, dat de klap tot in Nickerie te horen was. Ik keek naar mijn dochter. Ik stak mijn vaste verhaal af over wanneer het wel en wanneer het niet geoorloofd was te vechten, tilde haar op en gaf haar een dikke knuffel en vertelde haar dat ik reuzetrots op haar was!

Voor mij is dit voorval kenmerkend voor veel Surinamers. Kleine kinderen gooien stenen naar honden en ouders kijken lachend toe. Honden en andere dieren worden verwaarloosd en als ze al te eten krijgen is het een bakje overgebleven bami met wat botjes dat voor ze wordt gesmeten. In de Zoo stikt het van de apen, uilen en andere dieren die een poot of een vleugel kwijt zijn dankzij schijtzakken die zichzelf jager noemen, maar met hun geweer niet eens een DAF truck zouden kunnen raken die een meter voor hun neus stond. Door dit soort waardeloze figuren wenste ik dat dieren terug konden schieten. Het vegetariërschap zou ik in dat geval dan maar voor lief nemen. Ik ben dan ook blij met de onderscheiding die dierenactiviste Cynthia Ashruf uit handen van onze geliefde president heeft mogen ontvangen. Zij en haar mensen gaan door roeien en ruiten om dieren een waardig bestaan te geven en brengen daarmee weer een beetje civilisatie in ons land.

Toch geloof ik in het voorbeeld van mijn dochter dat we als dierenliefhebbers meer onze tanden mogen laten zien. Wanneer we weer iemand langs de weg zien staan met een kooitje volgepropt met apen en raven, laten we hem dan eens na een flink pak slaag te hebben gegeven de hele dag in een klein hokje stoppen, in de brandende zon, met slechts een bakje water! Maar dat is de ellende. Dierenvrienden zijn beschaafde en geciviliseerde mensen en doen dit soort zaken niet. Toch?

Een zwak moment

Het was een telefoontje dat het hart van iedere ouder een paar seconden doet stilstaan. De onderwijzeres van mijn dochter belde of ik mijn dochter kon komen halen aangezien ze kookte van de koorts en onwel was. Thuis aangekomen bleek ze bijna 40 graden koorts te hebben en na haar een koude douche te hebben gegeven, verscheen er plotseling een bult zo groot als een tennisbal in haar nek. Na terstond de huisarts te hebben gecontact, kregen we zware antibiotica mee en wat andere medicijnen. Vermoedelijk was een klier ontstoken en de bult zou spoedig verdwijnen. Echter na enkele dagen, gepaard gaande met hoge koorts was de bult nog duidelijk te zien en jammerde mijn dochter van de pijn. Vanmorgen onderzocht de huisarts wederom mijn dochter.

Met de inleiding “ik wil je niet bang maken, maar…” somde hij enkele mogelijke oorzaken van de bult op. Ik voelde een ijskoude druppel langzaam langs mijn rug naar beneden glijden en de grond onder me wegzakken. Ik haalde diep adem en keek naar mijn dochter en vervolgens naar de arts. Ik zocht naar woorden, maar er kwam op dat moment niets in me op om te zeggen. “Ik bel de KNO-arts voor je. Dan kan je gelijk naar hem gaan,” zei de arts. Het was de langste rit uit mijn leven. 

Na aankomst in het ziekenhuis werden we vrijwel direct geholpen. Met een zorgelijk gezicht onderzocht de specialist mijn dochter en na de nodige zuchten kreeg ik te horen dat ik me geen zorgen hoefde te maken, maar dat hij gelijk een andere specialist zou bellen waar we direct naar toe konden gaan. Ook bij deze specialist werden we direct ontvangen. Terwijl hij mijn dochter onderzocht, zat ik in mijn hoofd te onderhandelen met God. Ik ben mij er terdege van bewust een heleboel van zijn regels te hebben overtreden, maar ik somde in gedachten ook de nodige zaken op waarmee ik ongetwijfeld punten bij Hem heb gescoord. Ook wilde ik geen loze beloften maken die ik misschien niet eens na zou kunnen komen en daarmee een nog grotere rampspoed over mij of mijn dochter zou afroepen. Ik voelde een woede in mij opkomen!

Als Hij toe zou laten dat er iets verschrikkelijks met mijn dochter zou gebeuren, dan…. De specialist onderbrak mijn gedachten die ik beschaamd wegdrukte. “Ik maak mij inderdaad zorgen. We gaan een paar grondige onderzoeken laten doen. Laat me een paar telefoontjes plegen dan kan je er gelijk werk van maken.” Binnen een uur hadden we echo’s en röntgenfoto’s gemaakt en had het laboratorium bloed afgenomen.

Terwijl mijn dochter na de prik van de zuster een stickertje mocht uitkiezen flitsten allerlei doemscenario’s door mijn hoofd en werden mijn ogen vochtig. “Waarom zijn er tranen in je ogen pappa. Heb je verdriet?” Ik veeg snel mijn ogen. “Ja, ik ben een beetje verdrietig omdat je pijn hebt.” Ze geeft me een brassa. “I love you pappa.” “I love you too. Wat wil je eten lieverd. Hamburger of roti”? “Roti!” Dan kijkt ze me smekend aan. “En mag ik cola”? Ik lach. Laat het maar aan mijn dochter over om misbruik te maken van een zwak moment bij mij. “Ja, je mag cola.” De specialist belooft me dat hij me de volgende ochtend zal bellen met het resultaat.

Het Barbie gevaar

Ik maak me zorgen. Niet over de alsmaar stijgende benzineprijs of over de onzinnige uitspraken van Panka met betrekking tot de criminaliteit. Nee, deze zaken kunnen me, om maar in de geest van het laatste te blijven, gestolen worden. Ik maak me zorgen over mijn vijfjarige dochter. Ik heb een pracht van een dochter. Ze heeft een lichtkleurige huid met net dat tintje bruin erin om haar een exotische uitstraling te geven. Daarnaast heeft ze een enorme bos goudbruine krullen waar iedereen vol genot zijn of haar handen in stopt. Echter tot mijn stomme verbazing vertelde ze me onlangs dat ze blond en glad haar wilde hebben en een blanke huid. Terwijl ze dit zei, liep ze naar een kraan, maakte heur haar nat en vertelde me met een stralend gezicht dat het zo net leek of ze glad haar had.

Ik realiseer me dat een vijfjarige van nu anders is dan toen ik vijf was. Mijn dochter van vijf komt thuis met verhalen over de borsten van Shakira, of met de vraag wanneer ik een beha voor haar koop en waarom vrouwen hun poenies scheren. Toen ik haar vorige week van school afhaalde vroeg ze me of seks leuk is. Zulke vragen van je dochter wiens luier je tot voor kort nog hebt verschoond gaan je niet in de koude kleren zitten en het is niet ondenkbaar dat ik van schrik een fietser omver heb gereden.
Als moderne vader praat ik veel met mijn dochter en probeer ik alles op een eerlijke en respectvolle wijze aan haar uit te leggen. Wanneer ze iets niet van mij mag of wanneer ze straf heeft gekregen, redeneer ik met haar en probeer ik haar duidelijk te maken waarom ik op een bepaalde manier heb gehandeld of besloten. Ik ben selectief in wat voor speelgoed ik voor haar koop en wanneer ze bij de DVD-Chinees films mag uitkiezen ben ik nog strenger dan onze censoren in de jaren tachtig. Geen geweld, geen gevloek, niet al te veel hocus pocus en het griezelgehalte mag niet hoger liggen dan de heks uit Sneeuwwitje. Toch is er een groter gevaar onder mijn radar gevlogen.

Het begon op een zaterdagochtend in een speelgoedzaak waar mijn dochter na drie weken zeuren een nieuwe pop mocht uitkiezen. Na een half uur gepieker alsof ze bezig was een oplossing voor de honger in de wereld te bedenken, kwam ze triomfantelijk aangelopen met een pop. Een Barbie met lang blond haar, een taille die generaties vrouwen anorexia nervosa heeft bezorgd, blauwe ogen, lange wimpers en de nodige vrouwen prullaria. Iets begon bij me te dagen.

“Heeft u ook een donkere?” vroeg ik de verkoopster, die me vervolgens met dezelfde glazige blik aankeek als de pop in mijn hand.
“Hoe bedoelt u?”
“Ik bedoel een donkere pop. Een creoolse.”
De verkoopster en mijn dochter keken elkaar aan.
“Euuh… Nee, die hebben wij niet.”
Ik had een missie.

Twee speelgoedzaken en ongeveer vijftig blonde en roomblanke poppen verder had ik beet. Althans. Onder een laag stof kwam er een donkere Barbie tevoorschijn. Weliswaar met lang, glad haar waar een maand straighten voor nodig is geweest en met dezelfde onmenselijke taille, maar onmiskenbaar een donkere pop.

“Asjeblief!” zei ik stralend, terwijl ik de pop aan mijn dochter gaf. Mijn dochter keek beteuterd naar de donkere pop, vervolgens naar de tientallen andere blonde exemplaren op de schrap, vervolgens weer naar de donkere pop, en toen naar mij.

“Ik vind deze stom.”

Ik voelde mijn bloeddruk omhoogschieten en er begon een rode waas voor mijn ogen te komen. Voordat ik in handboeien afgevoerd zou worden omdat ik mijn dochter in de zaak met een pop op haar hoofd had geslagen, telde ik tot tien en vroeg haar waarom ze deze stom vond. Mijn dochter keek naar de pop en vervolgens naar mijn gezicht. Waarschijnlijk zag ze de stoom uit mijn oren komen en zag ze een adertje bij mijn slaap die op knappen stond. Ze koos eieren voor haar geld.

“Ik vind haar jurk stom.”

Het werd de donkere pop.

Thuis aangekomen ging ik op zoek naar het gevaar dat heimelijk mijn huis en het hoofd van mijn dochter was binnengedrongen. Op haar destijds zo onschuldig ogende Princess-schooltas lachten blonde, slanke, roomblanke schoonheden mij toe. Hetzelfde gold voor haar broodtrommeltje, drinkbeker, schriften, potloden en tientallen DVD’s. In de geest van mijn prachtige dochter, door wiens aderen een cocktail van etnisch bloed stroomt, wordt door Disney en andere Westerse media het idee gestampt dat blond, slank en blank het schoonheidsideaal is.

Een speurtocht op het internet maakte me duidelijk dat ik gelukkig niet de enige ben die zich hieraan ergert en zich zorgen maakt. Diverse organisaties bieden tekenfilms en boeken aan voor kinderen waar de helden een tintje of een afro hebben en niet alleen de slechterik of het domme vriendje. Tijd voor tegengif en Barbie in de ban. God, wat mis ik Dora.