Een tijdje terug luisterde ik naar een prachtige podcast. Een journalist had in een rommelwinkeltje een oud cassettebandje gekocht met de naam Coby erop geschreven. Het bandje was door deze Coby in plat Amsterdams ingesproken en bevatte eenvoudige maar gevoelige en persoonlijke gedichten. De journalist, Wisse Beets, raakte geïntrigeerd door deze Coby en gaat in de podcast naar haar opzoek, de luisteraar meenemend op zijn speurtocht langs bejaardentehuizen, oude kroegen en wat over is van de Jordaan in Amsterdam. Voor mij is er niets groter dan de kleine dingen van het leven en ik heb dan ook met veel genoegen geluisterd naar deze podcast, prachtig en krachtig in eenvoud. Ik raad het een ieder van harte aan Het Spoor Terug: Coby | NPO Radio 1.
Ook ik hou ervan om op antiek- en vlooienmarkten in stoffige dozen te graaien tussen de spulletjes en restanten van vergane levens. Enkele weken geleden liep ik op een prachtige zondagochtend op DER ORIGINAL BERLINER TRÖDELMARKT (berlinertroedelmarkt.com) Rijen kraampjes en tafels met dozen vol oude fotoalbums met ernstig kijkende mensen, vakantiekiekjes of lachende kinderen. Brieven, ooit eens geschreven aan geliefden of naaste verwanten. Kleding en juwelen. Medailles uit recente of vergeten oorlogen. Albums vol postzegels waar iemand een mensenleven aan heeft gewijd om ze te verzamelen en te koesteren en die er hier verloren bijliggen. Ik trof er zelfs een doosje aan met een kunstgebit. Het blijft een vreemde gewaarwording om zo door de levens van wild vreemde mensen te neuzen, maar ik vind het fascinerend.
Ikzelf ben ook een verzamelaar. Ik hou ervan om van mijn reizen memorabilia mee te nemen. Het liefst persoonlijke gebruiksvoorwerpen uit een ver verleden. In mijn bibliotheek heb ik mijn eigen rariteitenkabinet, door vrienden het Carbière-museum gedoopt. Oude Romeinse munten. Nazi medailles. Zegelstempels. Antieke sabels. Een postkaart uit 1945, geschreven door een Amerikaanse soldaat in Duitsland aan zijn vrouw. Aan de ene kant lieve woordjes, aan de andere kant een tekening van de Adolf Hitler Platz, in Neurenberg. Ik heb een map met schetsen van naakte vrouwen getekend door een bekende Nederlandse kunstenaar en een map vol prentjes uit het Afrikaans koloniaal Duits verleden om maar een paar zaken te noemen. Allemaal gekocht op antiekmarkten en in obscure winkeltjes uit verschillende delen van de wereld.
Het geeft me te denken. Ik ben een vijftiger. Ver over de helft van mijn leven heen. Ik had ooit de wens dat een van mijn kinderen mijn liefde voor boeken en historische snuisterijen zou delen en ik mijn verzameling eens zou kunnen nalaten in handen die er de juiste waardering voor konden opbrengen. Maar helaas. Niemand in mijn huis bekommert zich om mijn duizenden boeken of mijn antieke spulletjes. Als ik met een brok in mijn keel en met vochtige ogen ze vol trots een doosje met honderd jaar oud scheergerei laat zien dat ik in Nederland in een antiekwinkel heb gekocht, kijkt iedereen me aan of ik gek ben geworden. Wat is het lot van mijn met liefde verzamelde collectie wanneer ik morgen dood neer val? Belanden al mijn spullen dan ook in dozen waar vreemde mensen in staan te graaien?
Gedesillusioneerd had ik besloten te stoppen met het kopen van boeken en antiek. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op de antiekmarkt in Berlijn heb ik toch weer wat spulletjes aan mijn verzameling toegevoegd. Een mooie ketting voor mijzelf, een paar medailles en een bundel foto’s van Berlijn uit het interbellum voordat de stad van de kaart werd geveegd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
En so what? Laat mij mijn laatste jaren nog genieten van mijn verzameling en mijn boekencollectie. Als mijn spullen na mijn dood in dozen op een of andere markt terechtkomen dan zullen deze hopelijk hun weg vinden in de handen van andere aficionado’s die na hun heengaan op hun beurt de spullen weer zullen doorgeven. Dat is het mooie van antiek. Het was er al voor ons bestaan. Wij mogen het tijdelijk in bezit hebben en als wij er niet meer zijn vervolgt het vaak door de handen van vreemden weer zijn weg en zal het blijven bestaan ver nadat wij stof zijn geworden.