Nauwelijks had mijn laatste optimistische column het licht gezien, of een van mijn grootste angsten werd werkelijkheid en zag ik mijn hoop voor rust en recupereren in een inferno ten onder gaan. Na bijna een etmaal te hebben gevlogen en uren op vliegvelden te hebben doorgebracht, stond ik eindelijk op het vliegveld in Berlijn. Reikhalzend stond ik voor de bagageband om snel mijn koffer te pakken, mij naar het hotel te spoeden en een half uur onder de douche te staan. Alle maten en kleuren koffers kwamen voorbij, maar na een half uur en het sein dat alle koffers op de band waren geplaatst, stonden een jongeman en ik alleen voor een vrijwel lege band.
“Scheisse!”
Ik gebruikte een Engelse variant van wat hij had gezegd en keek naar mijn lotgenoot. Ik had de dagen voor mijn vertrek geoefend om mijn Duits weer een beetje op te halen, maar niet voor deze situatie. Na kort overleg meldden we ons aan bij de balie voor vermiste bagage. Mijn lotgenoot kreeg goed nieuws. Zijn koffer zou met een volgende vlucht over een uurtje aankomen. Ik kreeg beroerd nieuws. Mijn koffer kwam niet eens voor in het systeem. Bestond niet. Ik keek de dame achter de balie verbijsterd aan. Hoe bedoelt ze mijn koffer bestaat niet? Ik heb alle papieren, stickertjes en een app van de KLM waarop staat dat mijn koffer op de vlucht was!
Ze haalde haar schouders op, duwde een blaadje met een QR code onder mijn neus en was klaar met me. Alle cliches van onbeschofte Duitsers, kampbewaarders en nazi-beulen flitsten door mijn hoofd en net toen ik mijn assortiment Duitse scheldwoorden die ik nog goed kende naar haar hoofd wilde slingeren, trok mijn lotgenoot mij mee.
“Komm mit mir. Vielleicht kommt Ihr Koffer auch beim nächsten Flug.”
Het was een sprankje hoop. Een reddingboei in de poel van scheisse waar ik me langzaam in voelde wegzakken. Helaas, na samen bijna twee uren naast elkaar op een bankje te hebben gezeten, kwam zijn koffer inderdaad parmantig de band afrollen. Die van mij was echter in geen velden of wegen te bekennen. Nadat we amicaal afscheid hadden genomen en hij me sterkte had toegewenst, stond ik in mijn eentje in een uithoek van de bagagehal en voelde ik een nervous breakdown opkomen. Ik voelde er weinig voor om de tolerantie van de Duitse politie uit te testen door huilend en gillend over het vliegveld te rennen, dus ging ik maar rustig zitten en zocht op de KLM-app naar hulp. Ik vulde de optie vermiste bagage in en kreeg de melding dat ze naar mijn koffer zouden zoeken en indien gevonden deze bij mijn hotel laten bezorgen.
Vervolgens appte ik Rashida. Zij gebruikte ook het Engelse woord dat ik eerder had gebruikt en probeerde me een beetje op te vrolijken.
“Dan ga je maar een paar dagen Hollands,” refererend naar een Hollandse vriend van me die wanneer hij van het vliegveld komt, ongebaad zijn bed in duikt en de volgende dag dezelfde reiskleren weer aantrekt. Ik wilde huilen. Na bijna een dag te hebben gevlogen stonk ik en kriebelden mijn kleren. In mijn hoofd ontwikkelde er zich in mijn onderbroek een nieuw virus, dat de Covid pandemie zou doen verbleken tot een verkoudheidje.
Ik had de keuze: of nog een paar uren doodmoe rondhangen op het vliegveld in de hoop dat mijn koffer ergens van de band zou rollen of naar mijn hotel gaan. Ik koos voor het laatste en vertrouwde op de KLM dat ze mijn koffer zouden vinden.
De reis naar mijn hotel was het langste uur uit mijn leven. Ik dacht aan mijn dure overhemden, mijn laptop, mijn pak waar ik in ben getrouwd en nog een heleboel andere persoonlijke spullen in mijn koffer. Was deze verdwenen? Al op Zanderij achterover gedrukt?
Ik kocht wat toiletspullen en in mijn kamer heb ik een uur onder de douche gestaan om de rest van de avond in mijn blootje rond te lopen. In mijn hotelkamer voor alle duidelijkheid. De volgende dag trok ik vol afgrijzen mijn reiskleren weer aan om snel nieuwe kleding en ondergoed te kopen op kosten van de KLM. Twee dagen lang was ik depressief. Mijn eten smaakte niet, Berlijn kon me niet bekoren en de KLM bleef aangeven dat mijn koffer nog niet gevonden was.
Gistermiddag probeerde ik het knopje in mijn hoofd om te draaien en bezocht ik verschillende musea. In de vooravond zat ik op een hoog dakterras met uitkijk over de hele stad. Ik weet niet of het kwam omdat ik daar dichter bij God zat, of het kwam door alle gebeden en beloftes die ik Hem heb gedaan, maar plots kreeg ik een app van de KLM dat ze mijn koffer hebben gevonden. Het heeft nog een dag geduurd voordat ik mijn koffer weer in mijn armen kon sluiten, maar ik was de gelukkigste man ter wereld!
Nu kan ik eindelijk gaan genieten van mijn vakantie, ondanks de beperkingen die ik mezelf heb opgelegd in mijn beloften aan Hem. Berlin, hier komme ich!