In de jaren 90 van de vorige eeuw, kwam columnist en schrijver Thomas Friedman met de “Golden Arches” theorie. Hij beweerde dat wanneer een land een groot netwerk had aan MacDonald’s restaurants, dit een teken was van een goede democratische ontwikkeling, het land klaarblijkelijk beschikte over een gegoede middenstand en de kans zeer gering was dat het land een daad van agressie naar een ander land zou verrichten. Kortom, landen met veel MacDonald’s restaurant, zouden andere landen met veel MacDonald’s niet aanvallen.
Als de recente geschiedenis ons iets heeft geleerd, is het wel dat deze theorie de prullenmand in kan. Al decennialang heeft de Amerikaanse arend in zijn ene poot een Big Mac terwijl hij met de andere poot wereldwijd bommen dropt, MacDonald’s restaurants ten spijt. Ook denk ik dat de jongeren in de Oekraïne er het hunne van denken als ze staan te kijken naar de smeulende hopen van hun lokale MacDonald’s, platgeschoten door Russen die een tijdje terug nog op een hamburger zaten te knabbelen in een Moskouse MacDonald’s.
Ik heb een andere stelling. Je kan de ontwikkeling en beschaving van een land afmeten aan de hand van het aantal musea dat een land telt. Hoe meer musea, hoe ontwikkelder het land. Neem een van mijn favoriete steden: Londen. In Londen struikel je over de musea, waarvan de meeste ook nog eens vrij toegankelijk zijn. Denk aan The British Museum, The National Gallery, The Imperial War Museum en het Victoria & Albert Museum om er maar een paar te noemen. Prachtige musea waar je gratis, dagenlang in kunt vertoeven. En ja, om de discussie en mailtjes voor te zijn, veel van de kostbaarheden zijn de afgelopen eeuw uit andere landen geroofd. Om het voor nu simpel te houden: to the victor the spoils.
Terug naar mijn stelling. Ter onderbouwing hiervan het voorbeeld van Trinidad waar ik vorige maand een weekje verbleef. Ik bezoek Trinidad al jaren. Vaak meerdere keren per jaar. Voor werk en to lime and dine. Ik hou van de vibe van het eiland. De natuur. Het eten en de mensen. Het eiland kende 4 serieuze musea. The National Museum & Art Gallery, the Museum of the Trinidad and Tobago Police Service, the Museum of the city of Port of Spain en the Chaguaramas Military Museum. In de hoogtijdagen van Trinidad, toen de olie nog rijkelijk vloeide werden deze musea goed onderhouden en waren ze absoluut het bezoeken waard.
Totdat de olie- en suikerindustrie implodeerde, de olieraffinaderij werd gesloten en de economie in een neerwaartse spiraal terechtkwam. Het gevolg was niet alleen inflatie, devaluatie van de TTD, maar ook een enorm stijgende werkloosheid en daaraan gekoppeld stijging van de criminaliteit. En, ter ondersteuning van mijn stelling, de teloorgang van de musea.
The Museum of the Trinidad and Tobago Police Service en the Museum of the city of Port of Spain zijn beide gesloten. The Chaguaramas Military Museum is nog open. Maar als je daar binnenstapt word je bestormd door tientallen, agressief blaffende honden. Als je je met een stok daar doorheen hebt geworsteld, komt er een oud vrouwtje aanstrompelen dat ik niet anders kan beschrijven als een combinatie van Samuel L. Jackson en The Nun. Met een dik, nauwelijks verstaanbaar accent schreeuwt en gebaart ze dat je haar geld moet geven. Een snelle blik om je heen maakt duidelijk dat ook dit museum zijn beste tijd heeft gehad en je het geld beter kunt besteden aan een bake and shark en een frisse duik in de blauwe zee van Maracas Beach.
Dan de trots van Trinidad: The National Museum & Art Gallery. Een mooi museum, ondergebracht in een prachtig historisch gebouw dat ik iedere keer wanneer ik op Trinidad ben met genoegen bezoek. Er is een permanente expositie van de opkomst en bloei van, oh ironie, de olie-industrie. Het koloniale verleden wordt er belicht, maar ook worden lokale kunstenaars in de gelegenheid gesteld hun kunnen te tonen. Daarnaast worden er afwisselende exposities georganiseerd uiteenlopend van de geschiedenis van de Calypso en Soca tot cricket.
Tot mijn ontsteltenis stond ik vorige maand echter ook hier voor een gesloten deur. Nadat ik aan de poort had gerammeld in de hoop dat ik me vergiste en niet in de laatste plaats uit frustratie, kwam er een wachter vanuit de zijkant van het gebouw aanwaggelen.
“They are closed.”
Tot die conclusie was ik inmiddels zelf ook gekomen.
“Why? Since when? What happened?”
“Dunno. Renovation or something.”
Ze draaide zich schouderophalend om, en waggelde weer terug naar waarvan ze was gekomen. Klaar met mij.
Een snelle zoektocht op Google wees uit dat het museum inderdaad gesloten is vanwege een renovatie, welke volgens planning ruim een jaar zal duren. Ik hoop ten zeerste dat zij haar deuren spoedig weer zal openen, want zoals eerder vermeld draag ik zowel Trinidad als het museum een warm hart toe.
Ter ondersteuning van mijn stelling roep ik dan ook iedereen op Trinidad de aankomende periode flink te bezoeken zodat de economie weer een beetje in de lift komt en daarmee de snelle renovatie en heropening van The National Museum & Art Gallery.
Liggend op een wit strand, onder wuivende palmbomen, met uitzicht over een blauwe zee, lurkend aan een cocktail en daarmee bijdragen aan culturele ontwikkeling. Lijkt mij een prima deal!
Copyright Henry Carbière Falls. Maracas Beach. Trinidad.