We kennen elkaar al meer dan 25 jaar. Als we bij elkaar waren hadden we altijd de grootste lol en lagen we soms te bulderen van het lachen. Dat laatste vaak tot ergernis van onze omgeving, hetgeen ons alleen maar harder deed lachen. Onze gesprekken waren altijd open en eerlijk, wars van de huichelarij en uiterlijke schijn welke zo welig tiert in de Surinaamse gemeenschap. Dat maakte ons bij veel mensen niet geliefd, maar een waardeoordeel van dit soort mensen liet ons volledig koud.
Nadat we samen een feest hadden bezocht, zaten we voor haar huis in de auto nog wat na te keuvelen. Of het door de drank kwam of hormonaal gedreven, ik weet het tot de dag van vandaag niet, maar ik vroeg mijn vriendin of we niet de stap moesten maken om een paartje te worden. Haar eerste reactie was een lachbui vanuit haar tenen, maar toen ze mijn beteuterd gezicht zag en het doordrong dat het mij ernst was brak er een ongemakkelijke stilte uit in de auto. Helaas sloegen wij geen acht op deze voorbode van naderend onheil. Om een lang en pijnlijk verhaal kort te maken: de relatie was even kortstondig als dramatisch. Er waren nog momenten dat we konden lachen, maar het was alsof we in een andere dimensie waren gestapt. Alles, van vrijen tot praten en samen dingen doen ging stroef en geforceerd. Na een paar maanden hielden we het voor gezien. Normaal gesproken zou zo een debacle de doodsteek zijn voor een vriendschap maar na een tijdje zagen we elkaar weer en konden we weer praten en lachen alsof die pijnlijke episode nooit had plaatsgevonden.
Jaren later kreeg ik een app van mijn vriendin met verontrustend nieuws. Ze was opgenomen. Er was kanker bij haar geconstateerd en ze moest een paar zware operaties ondergaan. Rashida en ik snelden naar het ziekenhuis waar we mijn vriendin onder erbarmelijke omstandigheden aantroffen. Ze lag naakt op het bed onder een lakentje, met haar handen aan de spijlen van het bed gebonden. Ze had net een zware operatie ondergaan en ter voorkoming dat ze aan haar wond zou frunniken werd ze op deze middeleeuwse wijze in bedwang gehouden. Ze kronkelde en kermde.
“Heb je veel pijn?”
“F@&$ DE PIJN! Mijn bil jeukt vreselijk en ik roep, maar die ellendige zusters komen niet!”
Mijn vriendin smeekte me om haar van haar kriebelend lijden te verlossen. Ik keek naar mijn vriendin. Toen naar Rashida naast me. Vervolgens naar het naakte lichaam van mijn vriendin en toen weer naar Rashida. Met mijn handen in de lucht haalde ik mijn schouders op. Het was tenslotte een noodsituatie. Voordat ik een stap kon zetten trok Rashida me terug en pierde ze haar ogen voor me.
“Maak je niet druk schat. Ik doe het wel.”
En zo stond ik voor het bed waar Rashida de blote bil van mijn vriendin jeukte terwijl deze van extase kreunde en kroelde. Het ultieme Kodak moment! Maar net toen ik mijn telefoon wilde pakken om dit bijzondere tafereel te vereeuwigen, realiseerde ik me dat deze twee de meest temperamentvolle vrouwen in mijn leven zijn. Als ik een foto had genomen was de kans groot dat de artsen mijn telefoon chirurgisch uit mijn rectum hadden moeten verwijderen. Ik stond dus maar als een lummel met mijn handen in mijn zakken terwijl ik het gebeuren gadesloeg.
Een paar maanden later werd ze in het buitenland behandeld. De kanker richtte een ravage aan in haar lichaam. Nadat we bericht hadden gekregen dat het heel slecht met haar ging, sprongen Rashida en ik op het vliegtuig. Ik schrok. Ze zag er slecht uit. Grauw. Vel over been en van haar mooie golvende krullen was niets meer over. Haar ogen waren levenloos. Ik probeerde haar een beetje op te beuren maar lachen deed haar pijn. De laatste dag van ons bezoek zaten mijn vriendin en ik samen op de bank terwijl de ondergaande zon ons streelde met haar laatste stralen. We spraken over vroeger. Zonder dat we het doorhadden had Rashida stilletjes een foto van ons genomen. Mijn vriendin en ik naast elkaar. Silhouetten. Een heftige foto waar ik nog steeds een brok van in mijn keel krijg.
Bij het afscheid brak mijn hart. Op dat moment dacht ik dat ik mijn vriendin of in een kist of in een potje zou terugzien. Tijdens de terugweg naar het vliegveld jankte ik in de auto alle tranen uit mijn hoofd. Dit was ruim drie jaar geleden.
Vorige week was mijn vriendin bij mij op kantoor. Ze zag er goed uit. We konden weer lachen. Op een gegeven moment stond ze op en trok haar jurk omhoog. Van haar vagina tot vlak onder haar hals was er een groot litteken. Het leek wel of iemand haar wijdbeens op een cirkelzaag had gelegd in een poging haar doormidden te zagen. Daarnaast bungelde er een stomazakje uit haar buik. Binnenkort moet ze een voorlopig laatste operatie ondergaan. Het stomazakje zal worden verwijderd en middels plastische chirurgie gaat ze het litteken laten verwijderen.
Ze is een vechter. Daar waar menig ander zich zou hebben laten meevoeren door de tentakels van de dood, is mijn vriendin er nog. Chemotherapie. Bestralingen. Bijna al haar organen weggesneden. Maar ze leeft. En het gaat de goede kant op. Zij noemt mij Grote-Rode-Neger-Jood. Ik noem haar Lief Demoontje. Ik ben trots op haar en ik houd van haar.
Als mens besef je dat iedere dag de laatste kan zijn. Van jou of van je geliefden. We weten niet hoe en wanneer. Ik hoop alleen dat mijn vriendin en ik nog jarenlang samen kunnen lachen.
Bulderen van het lachen.