“Home, sweet home, meneer Henry!”
Een warm welkom, vergezeld door een nog warmere lach. Het is het oprechte welkom van Radjesh, de beheerder van Plantage Katwijk. En inderdaad, naast mijn eigen huis is dit de plek waar ik mij het meeste thuis voel in Suriname. Wanneer je via een kronkelroute de weg oprijdt, tref je aan je rechterhand de ruïne van de eeuwenoude koffiefabriek met daarnaast het karkas van een directiewoning. Ernaast is een nieuw, klein fabriekje gebouwd waar voor toeristen en als curiositeit nog steeds koffie wordt gebrand. Zoals het iedere historische plek in Suriname betaamt, is er ook hier een spookverhaal. In de hoogtijdagen van de plantage zouden enkele witte directeuren een vreselijk pijnlijke dood zijn gestorven alsgevolg van allerlei maagaandoeningen. Spookverhalen. Net als in De stille kracht van Couperus stikt het ervan in Suriname. Het enige spook waar ik louter uit jeugdsentiment in geloof is Casper. Verder totaal niet. Ik denk dat de reden van hun pijnlijke en vroegtijdige dood is gelegen in het feit dat een vrouwelijke bediende niet gediend was van de avances of handtastelijkheden van de heren directeuren en hun koffie waarschijnlijk aanlengde met arsenicum of rattengif.
Als je links de weg inslaat rij je via een prachtige oprijlaan, die niet zou misstaan in Gone with the Wind, richting een houten woning op neuten. Beneden een ruimte waar je in hangmatten kunt genieten van de heerlijke koele wind en het natuurschoon. Boven, verschillende slaapkamers, de keuken, woonkamer en een balkon met een prachtig uitzicht over de Commewijne rivier.
En dan, als je richting de rivier loopt, tref je een pier aan die enkele meters de rivier in loopt. De plek waar ik uren doorbreng al dan niet in het gezelschap van een fles Jack Daniels of een andere vriend. Ik kan hier uren zitten met mijn benen bungelend over de rand. Ik voer lange gesprekken en discussies met God en mijn hoofd wordt er door de heerlijke rivierbries leeggeblazen van alle stress en zorgen, zodat er weer ruimte komt voor frisse ideeën en hoop. De enige geluiden die je hier hoort zijn het ruizen van de wind, het klotsen van de rivier en dat van papegaaien en andere dieren. Geen auto’s. Geen mensen. Niets dan stilte en rust, zo nu en dan onderbroken door een paar langs zwemmende pink belly dolfijnen of een plots opduikende lamantijn.
Zoals eerder gezegd geloof ik niet in spoken, maar ik voel wel iets wanneer ik op een historische plek ben waar veel leed of iets ingrijpends heeft plaatsgevonden. Ik heb het als ik op het Forum Romanum zit. Of op verschillende plekken in Berlijn. Maar ook hier. Overal om mij heen bevinden zich oude plantages waar onmenselijk leed heeft plaatsgevonden. Pijn, verdriet en haat kunnen klaarblijkelijk dusdanige erupties in de tijd veroorzaken dat ik ze nog kan voelen.
Daarnaast was Plantage Katwijk in nog niet zo lang vervlogen tijden wederom een plek van verdriet en pijn. Gedurende de Tweede Wereldoorlog bevonden er zich veel Amerikaanse soldaten in Suriname ter bescherming van de voor de oorlog cruciale bauxiet industrie. Dit had weer als gevolg dat veel Surinaamse dames hun diensten, in de ruimste zin des woords en tot groot ongenoegen van het koloniale gouvernementeel gezag, aanboden aan de jonge soldaten. Toen bekend werd dat prinses Juliana met haar gemaal, prins Bernhard Suriname met een bezoekje zou vereren, besloot het gouvernement om alle hoeren, sekswerkers, nachtvlinders en andere dames der horizontale geneugten op te pakken en op Plantage Katwijk te interneren. Je hoefde als vrouw maar verkeerd te knipogen naar een Yankee en je kon worden gekwalificeerd als een hoer en worden opgepakt. Het was natuurlijk wel eervol dat een jonge soldaat aan het front een andere soldaat door zijn hoofd schoot of zelf werd opgeblazen, maar dat hij uit eenzaamheid zijn hoofd zou vlijen tegen de boezem van een Surinaamse schone was ondenkbaar en schandelijk. En voor een ieder die op de hoogte is van het reilen en zeilen van prins Bernhard is het wegmoffelen van dames van lichte zeden natuurlijk het toppunt van ironie.
Hoeren en spoken ten spijt, Plantage Katwijk is voor mij een uniek plekje waar ik helemaal tot mezelf kom en kan genieten. Mijn ziel komt er tot rust en de demonen in mijn hoofd houden zich hier koest. En zie hier, dankzij deze oase van rust rolt er binnen enkele minuten een nieuw blog uit mijn vingers.