“Laat alles vallen en check je ballen!” Met deze oproep is in Nederland de jaarlijkse campagne gestart voor mannen om aandacht te vragen voor zaadbalkanker. Hypochonder als ik ben, stond ik jaren geleden in zware paniek met mijn ballen in de hand bij de dokter. Ik had toen ook het een en ander gelezen over zaadbalkanker, en bij het voelen van mijn ballen had ik een knobbeltje ontdekt. De dokter lachte en ik kreeg een korte biologieles over bijballen en onschuldige spermatocele knobbeltjes. Met een opgelucht hart en met mijn ballen in de hand huppelde ik vrolijk huiswaarts in de volle overtuiging dat mijn ballen en ik samen nog vele, mooie jaren voor de boeg hadden.
Enkele maanden later stond ik wederom in paniek met mijn ballen in de hand voor de dokter. Nu was de situatie wel ernstiger. Mijn ballen waren verschrompeld tot een zielig twijgje met twee uitgedroogde druifjes, ik had jeuk en er kwam een groene, bijna radioactief lijkende substantie uit mijn gaatje druipen. De dokter glimlachte als een grote broer, en na een preek over veilige sex en geslachtsziekten mocht ik mij omdraaien, kreeg ik een spuit in mijn bil en kreeg de opdracht om over twee weken weer terug te komen voor een andere spuit. Deze keer ging ik heel beduusd naar huis terwijl mijn ballen er snotterend en proestend bij hingen als van een doodzieke bejaarde opa.
Na enkele spuiten was de situatie niet verbeterd. De glimlach van de dokter was verdwenen en ik werd met een bezorgde blik doorverwezen naar een uroloog. Daar er in Suriname op dat moment een tekort aan urologen was, had de Surinaamse overheid een paar Cubaanse urologen in laten vliegen, en zo gebeurde het dat ik en mijn zieke ballen voor een grote, Cubaanse uroloog zaten met een medisch student naast hem die moest vertalen. Ik had bloed laten prikken en samen bestudeerden ze de uitslag en het briefje van mijn dokter. De Cubaanse uroloog keek me aan en stortte een verbale Spaanse tsunami over me heen. Niets begrijpend keek ik naar de student.
“U heeft een geslachtsziekte.”
Ik was er van overtuigd dat de uroloog meer had gezegd en keek weer vragend naar hem. Wederom een heel betoog in het Spaans waarna de twee een paar woorden uitwisselden en de assistent iets op een recept krabbelde. Er was niets in mijn bloed gevonden maar de uroloog wilde mij een medicijn inspuiten dat niet op voorraad was en dat ik zelf via een apotheek moest laten binnenhalen.
Toen ik het recept had aangenomen en op wilde stappen, kwam de assistent nog met een toegift.
“Oh, en de dokter wil voor de zekerheid uw prostaat controleren.”
En zo stond ik na een half uur niet alleen met pijnlijke ballen, maar ook nog eens met een pijnlijke bil op straat.
Na 2 weken was het medicijn aangekomen en spoot de uroloog dit in mijn bil. Volgens hem zou mijn probleem binnen no time verholpen zijn.
Niet dus.
Twee weken na mijn laatste shot bij de uroloog zat ik thuis vol frustratie op de wc. Geen van de artsen kon me vertellen wat voor geslachtsziekte ik dan wel zou hebben, ik was volgespoten met van alles en nog wat en ik zat nog steeds met zieke ballen. Zuchtend stond ik op en pakte een stukje toiletpapier om te deppen. Vanwege mijn Joodse achtergrond ben ik als baby besneden en om te voorkomen dat na het plassen zaken nog door druppelen en ik met een natte, stinkende kring op mijn broek rondloop, dep ik na het urineren altijd even na met een stukje toiletpapier. Geen idee of Abraham en Mozes vroeger hetzelfde deden, maar dit werkt voor mij. Terwijl ik met het zachte toiletpapier stond te deppen begon mij iets te dagen. Ik rook het papier. Geparfumeerd. Ik zocht snel een rol op om de verpakking te lezen, maar helaas, de tekst was in een of andere exotische taal gekrabbeld. Mijn toenmalige dienstvrouw wilde mij, of althans mijn billetjes, verrassen door niet alleen geparfumeerd toiletpapier, maar ook nog eens met een of ander olielaagje te kopen.
Zou het….?
Ja, het zou. Nadat ik stopte met deppen met dit toiletpapier was mijn geparfumeerde druiper verdwenen en had ik binnen no time weer mijn gezonde ballen in handen. Na alles wat de artsen klaarblijkelijk nodeloos in mijn lijf hebben gespoten ben ik waarschijnlijk de rest van mijn leven resistent tegen elke bacterie of virus die er maar bestaat.
Voor alle mannelijke lezers: pak je ballen en onderzoek!