Het was een gezellige avond. Mijn vriendin en ik waren bij een vriend van me uitgenodigd voor een maaltijd en een borrel thuis bij hem en zijn gezin. De maaltijd smaakte goed, de borrels ingeschonken door zijn zoon beter en het gelach van die avond klonk oprecht. Mijn vriendin en ik waren verliefd op elkaar en onder de innemende blikken en glimlachen van onze gastvrouw en gastheer knuffelden en plukten wij als twee tortelduifjes aan elkaar.
Ruim 15 jaar later knuffelen mijn vriendin en ik nog steeds, zij het niet meer met elkaar. Mijn vriendin heeft inmiddels de status van ex en knuffelt nu met een andere vriend van me. Uitgaande van de foto’s op social media maken zijn knuffels haar dolgelukkig. Ik ben blij voor haar. Zo ben ik dan ook wel weer. Ikzelf heb de grote sprong in het huwelijksbootje gewaagd. En ja, ik knuffel ook nog steeds, echter met enkele jaren huwelijk achter de rug en drie kinderen verder springen de vonken daar wat minder vanaf.
Mijn vriend knuffelt niet meer. Als gevolg van een domme handeling werd hij op een dag voor de ogen van zijn gezin door de politie in de boeien geslagen, afgevoerd en uiteindelijk tot een jaar gevangenschap veroordeeld. Deze druppel was voor zijn vrouw de laatste. Zij vroeg een scheiding aan en het gezin viel uit elkaar. Nadat hij zijn straf grotendeels had uitgezeten, stond hij gebroken op straat. Een schaduw van de man die hij ooit was. Zijn kinderen hadden om hun moverende redenen de kant van de vader gekozen. Tegen beter weten in, rekenden ze nog op een verzoening met de moeder in de hoop hun oude leventje weer op te pakken. Tevergeefs. Wat over was van de vader en zijn droom op een nieuwe leven met herwonnen respect, brokkelde iedere dag verder af en mondde uiteindelijk uit in zijn dood. Zelfmoord welteverstaan. Eigenlijk was hij de laatste periode van zijn leven al zo goed als dood en besloot hij zichzelf nog maar het laatste zetje te geven. De rest van het gezin vol verwarring, verdriet en woedde achterlatend.
De moeder kom ik nog regelmatig tegen. Ze is altijd een mooie en lieve vrouw geweest. Gedurende de periode dat de kapriolen van haar man breed werden uitgemeten in de media en hij uiteindelijk achter de tralies verdween, zag ze er slecht en vermagerd uit met grote wallen onder haar ogen. Na de dood van haar man ziet ze er weer een stuk levendiger uit en begin je haar oude glorie weer terug te zien. Good for her!
Het bewuste huis waar zij hebben gewoond en waar mijn vriendin en ik een gezellige avond hebben gehad staat er daarentegen alles behalve glorieus bij. Vervallen. Leeg. Afgebladerde verf. Het staat aan een van de grote verbindingswegen en altijd als ik er langsrij denk ik aan die gezellige avond en het leed dat daarop volgde. De aanblik geeft me een weemoedig gevoel. De herinnering aan de vaak ondraaglijke leegte van het bestaan en de vergankelijkheid daarvan. Het ene moment gelukkig en vol plezier, een verkeerde beslissing of een speling van het lot later verdriet, ellende en kommer en kwel.
Ik ben gestopt om een paar foto’s te nemen. Op het afgebroken balkon staat een stoel. Dag en nacht. Weer en wind. Ik geloof niet in spoken en geesten, maar in mijn verbeelding zie ik mijn vriend op de stoel zitten. Zijn eeuwige sigaret tussen zijn vingers terwijl hij mij met zijn karakteristieke brede lach en kromme tanden zwijgend aanstaart. Duidelijk een fantasie, want zwijgen deed hij nooit. Ik kijk naar de rest van het lege huis. Vergankelijk. Net als knuffels.