“Stop met je columns en maak nou eindelijk eens je boek af!”
Dit advies kreeg ik met de regelmaat van de klok door vriendin en schrijfster Ruth San A Jong naar mijn hoofd geslingerd. Toen ik haar vorige maand het nieuws vertelde dat ik mijn pen als columnist voorlopig terzijde zou leggen was ze dan ook dolgelukkig. Ze had gelijk. Mijn boek waar ik jaren geleden aan was begonnen verdween vanwege mijn journalistiek werk en mijn columns steeds meer naar de achtergrond. Voor een schrijver bestaat de wereld uit woorden. Emoties, ervaringen, gebeurtenissen, gedachten, angsten, ze worden in ons hoofd automatisch in woorden omgezet en blijven ons slaan totdat we ze bevrijden door ze in vloeiende en mooie zinnen aan het papier toe te vertrouwen. De kunst is om de woorden op dusdanige wijze te kiezen dat de lezer zich met datgene wat hij leest kan identificeren en dat er iets in hem wordt losgemaakt. Schilderen met woorden.
Als journalist was ik aan regels gebonden. Feiten zijn belangrijker dan woorden. Waarheid belangrijker dan een mooie zinsconstructie. Het veinzen van objectiviteit belangrijker dan een amusante woordspeling. Als columnist gingen echter de poorten van de hemel der bellettrie voor mij open. Totale vrijheid om mijn mening en ervaringen op elke door mij gewenste manier neer te pennen. Mede door mijn journalistieke achtergrond hield ik mij wel altijd aan de feiten, maar als columnist had ik de luxe mijn mening ongezouten door de strot van de lezer te pennen en kon ik zo nu en dan een welgemikte en verdiende trap uitdelen. Dat leverde mij de nodige scheldpartijen, bedreigingen en zelfs het etiket “vijand van de staat” op. Maar ook complimentjes, schouderklopjes en oudere dames die mij op straat spontaan tegen de boezem drukten om mij te bedanken voor iets wat ik had geschreven. Mijn woorden maakten emoties los en dat is de taak van een schrijver en zeker dat van een columnist.
Maar de woorden van Ruth deden mij wederom beseffen dat ik gemakzuchtig ben en geen discipline heb. Of was het ijdelheid? Met mijn journalistiek werk en mijn columns koos ik voor de relatief makkelijke weg en de snelle publicatie. Een boek vergt veel meer inspanning. Daarnaast is het met een boek maar de vraag of een uitgever bereid is mijn hersenspinsels te publiceren. Maar waar mijn columns en andere artikelen de volgende dag in de kattenbak verdwijnen of voor het verpakken van vis worden gebruikt, is een boek een blijvend en tastbaar bewijs van gebrachte offers, passie en inzet.
Terwijl ik een paar dagen geleden vanwege aanhoudende pijnen op de borst bij de cardioloog Kenneth Chin A Sen op bezoek was, drong het meer en meer tot mij door dat als ik nu niet de knoop doorhak en mijn boek afmaak het er wellicht nooit meer van zal komen en dat als ik over een paar jaar als gevolg van een hartaanval dood neerval, mijn enige nalatenschap een stapel oude kranten en tijdschriften is met mijn artikelen. Met pijn in mijn hart, de figuurlijke pijn voordat ik een telefoontje van Chin A Sen krijg, dien ik dan ook deze voorlopig laatste column in. Ik heb geprobeerd om naast mijn columns aan mijn boek te werken, maar beide zijn veeleisende minnaressen en eisen exclusieve aandacht en volledige toewijding. Zoals aangehaald heb ik weinig discipline. Ik heb de adrenaline van de deadline en de dreigende stem van een hoofdredacteur nodig om mijn stukken te schrijven en op tijd in te dienen. Dat komt nu weg te vallen. Beste lezer, bij deze doe ik dan ook het verzoek aan u dat wanneer u mij ergens doelloos en vertwijfeld op straat ziet ronddolen u mij zult aanklampen, door elkaar zult schudden en zal vragen: Henry, je boek?! Waar blijft je boek?!