Onlangs heb ik op Netflix de Franse documentaire The Adolf Eichmann Trial gezien. Eichmann was in de Tweede Wereldoorlog als Duitse SS-officier verantwoordelijk voor het organiseren van de transporten van Joden naar de vernietigingskampen. De juiste man op de juiste plek. Hij was een organisatorisch talent, beschikte over een enorme gedrevenheid en een sadistisch fanatisme. Terwijl het geratel van de Russische tanks dichter en dichterbij kwam en andere nazi’s het hazenpad al hadden gekozen, was Eichmann in Oost-Europa nog druk doende de laatste Joden op transport te zetten. Ruim 6000.000 Joden vonden de dood in concentratiekampen en in diverse obscure Oost-Europese gehuchten.
Na de oorlog vluchtte Eichmann naar Argentinië waar hij onder de naam Ricardo Klement met zijn gezin woonde. De Israëlische geheime dienst, de Mossad, kwam na een tip achter zijn verblijf en besloot tot actie over te gaan. In een spectaculaire operatie ontvoerden zij Eichmann en brachten hem naar Israel om daar voor het gerecht te verschijnen. Argentinië schreeuwde moord en brand, de wereld was verdeeld in bewondering en afschuw en Eichmann zat in zijn kleine cel op zijn lip te bijten te midden van het volk dat hij had vervolgd en waarvan 6000.000 zielen om gerechtigheid schreeuwden.
Na de oorlog brak het grote zwijgen uit. Veel Joden die de Holocaust hadden overleefd, wilden er niet over praten en de enkeling die dat wel deed stuitte op een muur van ongeloof of desinteresse. Wat het proces tegen Eichmann zo bijzonder maakte, is dat nu voor het eerst de slachtoffers, ondersteund door bewijsmateriaal en duizenden stukken, in de gelegenheid werden gesteld hun verhaal te doen. De beelden uit de rechtbank en de verslagen werden de hele wereld over gestuurd en het proces beheerste maandenlang wereldwijd het nieuws. De wereld werd wakker geschud door 6000.000 zielen die eindelijk stemmen hadden gekregen en die gedetailleerd vertelden over de gruwelijkheden die zich hadden afgespeeld in de concentratiekampen.
In beeld zien we de Pools Joodse gevangene Mordechai Podchlebnik, die te werk werd gesteld bij het helpen de dode lichamen van vergaste Joden te cremeren. De dode lichamen van verschillende bekenden uit het dorp waar hij woonde had hij al voorbij zien komen. Tot de dag dat hij plotseling de dode lichamen van zijn eigen vrouw en kinderen voor zich zag liggen. Het beetje leven en menselijkheid dat hij nog in zich had stierf op dat moment. Gebroken en wenend ging hij naast de lichamen van zijn gezin liggen en smeekte de aanwezige SS’er om hem dood te schieten. Deze coup de grâce werd hem niet gegund. De SS’er beet hem toe dat hij nog sterk genoeg was om te werken, gaf hem een paar trappen en dwong hem verder te gaan met zijn werk. Ik denk niet dat je kan zeggen dat Mordechai de oorlog heeft overleefd. Hij was een levende dode. In elk geval is hem de gelegenheid geboden zijn verhaal te vertellen. J'accuse!
Of het verhaal van de 14 jarige Jood Yehoda Bacon die als kleine jongen hout moest verzamelen om de ovens van het crematorium in het vernietigingskamp waar hij gevangen zat te laten branden. Hij moest toekijken hoe zijn vader werd weggevoerd en vergast om vervolgens te worden gecremeerd in een oven waar Yehoda hout voor had gesprokkeld. Ook zijn verhaal werd gehoord. J’accuse!
Dan het verhaal van de Joodse arts Michael Pidchlebnik, die met duizenden andere Joden zat opgesloten in het Joodse ghetto in Warschau. Hij vertelde hoe hij zag hoe een SS’er met een rijzweep een Joodse jongen met een rijzweep afranselde.
“80 slagen.”
Michael had elke slag geteld. Op de vraag van de aanklager of hij de jongen nog zou herkennen wees Michael zwijgend naar Meilach Goldman-Gilad, de politieofficier die naast de aanklager zat. Er brak tumult uit in de zaal en iedereen stak zijn nek uit om Meilach te kunnen zien. Alle camera’s zoomden in op Meilach. Er brak een oorverdovende stilte uit in de rechtbank. Een oorverdovende stilte over de hele wereld. Terwijl Meilach ogenschijnlijk onverstoorbaar voor zich uit staarde met zijn blik op oneindig, zag de hele wereld de cijfers die op zijn arm waren getatoeëerd: 161135. Wanneer je als Jood in een concentratiekamp terecht kwam, verloor je je naam en identiteit en kreeg je een nummer op je arm getatoeëerd. 161135 was het nummer waarmee de nazi’s Meilach’s identiteit hadden weggecijferd. Althans, hadden geprobeerd het weg te cijferen. Het lot besloot anders.
Meilach overleefde de hel van Auschwitz, om jaren later in Israel als politieofficier deel te mogen nemen in het team om Eichmann te vervolgen. De rollen waren nu omgekeerd. Meilach, stoer en zelfverzekerd, tegenover Eichmann klein, tenger, zenuwachtig met zijn ogen knipperend en bijtend op zijn lip. Gerechtigheid? Ik weet het niet. Meilach is een groot gedeelte van zijn familie kwijtgeraakt in de vernietigingskampen van de nazi’s. Dat Eichmann nu tegenover hem in de beklaagdenbank zat en hij een rol heeft mogen vervullen in zijn uiteindelijke ter dood veroordeling zal bitterzoet voor hem zijn geweest. Ook Meilach was een stem voor de 6000.000 zielen, waaronder die van zijn familie.
Meilach was uitverkoren om getuige te mogen zijn van de executie van Eichmann en de crematie van zijn stoffelijk overschot. Daarna kregen hij en een andere officier de opdracht om in de nacht met een bootje Eichmann’s as 6 mijl buiten Israels territoriale wateren in zee uit te strooien. Terug in de haven werden ze door havenarbeiders en vissers met applaus en omhelzingen verwelkomd. Meilach voelde een grote last en verantwoordelijkheid van zijn schouders vallen. Hij keek naar de opkomende zon en sloot zijn ogen. Hij genoot van de warme stralen over zijn gezicht.
Leven.
Leven en de goedkeuring van 6000.000 zielen.